Cannabis gaf hem rust in zijn hoofd

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. De Haarlemse coffeeshophouder Nol van Schaik (1954-2019) streed voor de legalisering van cannabis met ludieke acties.

Bekijk ‘t gehele artikel op:
https://www.nrc.nl/nieuws/2019/09/06/cannabis-gaf-hem-rust-in-zijn-hoofd-a3972488

D66 hoopt dat wietproef deur opent voor tuinbouw

De Nederlandse tuinbouw levert materiaal voor het verbouwen van medicinale wiet in andere landen, maar in eigen land is de markt voor bouwers en telers gesloten.

D66 hoopt dat de proef voor legale teelt voor coffeeshops in Nederland ook de toeleveringsmarkt voor de tuinbouw openbreekt, zodat ook in Nederland gebouwd wordt voor deze nieuwe teelt. De proef met legale teelt vraagt om maximaal 10 hoogwaardige Nederlandse telers. Andere politieke partijen vragen zich af of wel voldoende van dit soort teeltbedrijven te vinden is in Nederland voor de veelbesproken proef met legale teelt. Dat blijkt uit het voorlopig verslag van de Vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer over de proef.

Afpersing door criminelen

Het kabinet liet woensdag 10 april weten dat legale telers niet van de 1 op andere dag de illegale soorten hoeven te vervangen in coffeeshops. Illegaal en legaal verbouwde wiet mogen een paar weken naast elkaar in de schappen liggen. Het CDA vraagt zich af of 1 legale teler wel echt 50 soorten hennep en wiet kan leveren. Ook zijn de politieke partijen bezorgd over de aanwijzing van telers en de kwetsbaarheid van deze bedrijven voor afpersing door criminelen. Het kabinet wil de beveiliging van de keten overlaten aan de bedrijven zelf.

De proef met legale teelt duurt 4 jaar, maar kan worden verlengd. Als het kabinet zo tevreden is over het experiment dat het helemaal wil overgaan op legale wietteelt, dan kan de proef nog anderhalf jaar doorlopen om de overgang te kunnen regelen.

Eén cannabisbedrijf

Nederland bereidt zich voor op een proef voor coffeeshops, maar laat al medicinale cannabis verbouwen door 1 aangewezen leverancier. Deze doet dat zonder daglicht maar met belichting. Minister Bruins (Medische Zorg) stelt dat de voorwaarden aan een gecontracteerde teler voor medicinale cannabis zeer streng zijn met strikte protocollen. Het telen van cannabis onder ongeconditioneerde omstandigheden kan tot gevolg hebben dat de samenstelling en concentratie van verschillende stoffen in het eindproduct steeds verschillend zijn, waardoor de patiënt er niet van op aan kan dat de gebruikshoeveelheid of dosering iedere keer hetzelfde is.

Bron: https://www.gfactueel.nl/Glas/Nieuws/2019/4/D66-hoopt-dat-wietproef-deur-opent-voor-tuinbouw-415124E/

Wietexperiment begint pas in 2021 – als dit kabinet is uitgeregeerd

Het experiment met gereguleerde wietteelt onder overheidstoezicht zal pas op zijn vroegst halverwege 2021 beginnen. Dat is na de geplande Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021, als het huidige kabinet is uitgeregeerd. Daardoor zal het nog lang onzeker blijven of het experiment met staatswiet doorgaat. In de volgende kabinetsformatie kan het plan zomaar worden opgeschort of in de prullenmand verdwijnen.

Dat blijkt uit het voorstel ‘experiment gesloten coffeeshopketen’ dat de ministers Bruins voor Medische Zorg (VVD) en Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA) donderdag naar het parlement hebben gestuurd.

Ondanks de voorspelde vertraging houdt D66-Kamerlid Vera Bergkamp ‘vertrouwen dat tijdens deze kabinetsperiode de eerste gereguleerde joint gerookt wordt’.  Wel vindt zij ‘de planning spannend’. ‘Die roept nogal wat vragen op. Kan dat niet sneller ? Want afspraak is afspraak: nog tijdens deze periode start het experiment. Ik ga er vanuit dat dat lukt. Daar houd ik de coalitie aan.’ 

Volgens het regeerakkoord uit het najaar van 2017 zou er ‘zo mogelijk binnen zes maanden wetgeving’ zijn. Het wetsvoorstel werd in de zomer van 2018 ingediend en in januari dit jaar door de Tweede Kamer aangenomen. De trage gang van zaken weet Bergkamp tot nu toe aan zorgvuldige voorbereiding.

Staatswiet verkopen

De bedoeling van het experiment met gereguleerde cannabisteelt en -verkoop, is om de wiethandel uit de criminaliteit te halen. Of dat werkt, zal tijdens het experiment, dat vier jaar gaat duren, worden gemeten en geëvalueerd.

De betrokken VVD- en CDA-ministers verwachten nu dat de wet die het experiment mogelijk maakt pas op 1 januari 2020 van kracht kan worden. Daarna kunnen potentiële telers zich melden. Na een selectieprocedure kunnen de telers beginnen met het kweken van wiet onder staatstoezicht. 

Maar het spul kan dan nog niet direct verkocht worden. Daarvoor is nog zeker een jaar voorbereiding nodig, schrijven Bruins en Grapperhaus donderdag aan de Kamer. De telers hebben die tijd nodig om de teelt op te starten en voldoende voorraad op te bouwen voor de verkoop.

In de praktijk betekent dit dat het experiment met de verkoop van staatswiet op zijn vroegst halverwege 2021 zal aanvangen. Tenzij het kabinet eerder valt, worden op 17 maart 2021 verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden. Als het experiment nog niet is begonnen tijdens de daarop volgende kabinetsformatie, zou een nieuw kabinet het plan alsnog kunnen torpederen.

Kamermeerderheid

Die kans daarop is niet ondenkbaar. D66 is vanouds sterk voorstander van gereguleerde teelt en verkoop van wiet, samen met GroenLinks, PvdA en SP. De belangrijke nieuwe politieke factor, Forum voor Democratie, is ook voor het legaliseren van softdrugs. Maar het CDA, de CU, PVV en SGP zijn fel tegenstander. De VVD weifelt. 

De voornaamste reden dat het CDA, CU en VVD tijdens de kabinetsformatie van 2017 alsnog akkoord gingen met het D66-voorstel, was dat de Tweede Kamer net voor de verkiezingen een initiatiefwetsvoorstel van Vera Bergkamp (D66) had aangenomen. Daarin wordt teelt en verkoop van wiet gelegaliseerd. De Eerste Kamer, waar een meerderheid vóór lijkt, heeft de behandeling van het wetsvoorstel gestopt omdat in het regeerakkoord het experiment is afgesproken.

Het experiment betekent niet dat de CDA en VVD ineens voorstander zijn van staatswiet.  ‘Ik vind dit drie keer niks’, verzuchtte CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg begin dit jaar. En dan was het ook nog haar CDA-minister Grapperhaus die het plan mede moest uitvoeren. ‘Ik vind het stuitend dat dit experiment het gebruik van drugs gaat normaliseren.’

Het experiment met gelegaliseerde wietteelt is voor VVD, CDA en CU een vluchtroute: het betekent voorlopig uitstel van daadwerkelijke wetgeving die in werking treedt. Uit de opzet die ministers Grapperhaus en Bruins donderdag naar de Tweede Kamer stuurden, blijkt nu ook nog eens dat het experiment zelf veel later plaatsvindt dan aanvankelijk was gepland. Van uitstel zou zomaar afstel kunnen komen.

DE SPEREGELS VOOR STAATSWIET

* Gemeenten kunnen zich vanaf 23 april aanmelden voor het experiment met staatswiet, mits zij zich aan de spelregels houden. Het kabinet eist onder meer dat alle coffeeshops in zo’n gemeente meedoen en hun cannabis betrekken bij gereguleerde telers, mede om te voorkomen dat er twee handhavingsregimes in een gemeente ontstaan. Daarmee komt het kabinet niet tegemoet aan de wens van Amsterdam, dat slechts mee wil doen met een beperkt aantal coffeeshops.

* Het kabinet wil in totaal maximaal tien henneptelers aanwijzen die gereguleerde wiet en hasj gaan leveren aan coffeeshops in maximaal tien gemeenten. Ze moeten minstens tien hennepvariëteiten kweken en aan strenge voorwaarden voldoen wat betreft de kwaliteit en veiligheid. Zo moeten ze de hennep naar de coffeeshops vervoeren in particuliere geld- en waardetransportwagens.

* Als blijkt dat na een inhoudelijke en kwalitatieve beoordeling van de bedrijfsplannen meer dan tien telers in aanmerking komen voor het wietexperiment, zullen de ministers ‘een loting toepassen’. Het kabinet stelt geen eisen aan het THC- en CBD-gehalte, oftewel de werkzame stoffen van de cannabis. ‘We willen aansluiten op de bestaande praktijk’, aldus een woordvoerder van de minister. Bij een maximalisering van het THC-gehalte zou een zwarte markt kunnen ontstaan voor wiet met een hoger gehalte. Wel moet de wiet en hasj worden gecontroleerd in een laboratorium en moeten de gehaltes duidelijk op de verpakking staan.

*Een teler mag meerdere teeltlocaties hebben en hoeft niet per se gevestigd te zijn in een gemeente die meedoet aan het wietexperiment. Wel krijgen burgemeesters een belangrijke stem: als zij vinden dat de openbare orde en veiligheid door zo’n teeltlocatie onvoldoende is gewaarborgd, kunnen zij een negatief advies uitbrengen.

*Als een grensgemeente wil meedoen, moet het ingezetenen-criterium (geen verkoop aan mensen die in het buitenland wonen) onverkort worden gehandhaafd. In de andere gemeenten mag de burgemeester zelf beslissen of het ‘i-criterium’ wordt toegepast.

*In het wietexperiment mogen coffeeshops maximaal een weekomzet aan cannabis op voorraad hebben. Dat is veel groter dan de maximale voorraad volgens het huidige gedoogbeleid: 500 gram. Coffeeshops moeten een kluis hebben om de hennepvoorraad veilig op te bergen. Ook moeten coffeeshopmedewerkers een cursus volgen om blowende klanten voorlichting te geven en te waarschuwen voor de gezondheidsrisico’s.

*Voor coffeeshops die meedoen, komt er een overgangsfase van een aantal weken van de huidige gedoogsituatie naar de experimenteerfase. ‘Het is namelijk niet realistisch voor coffeeshops om het assortiment in één nacht te moeten vervangen’, schrijven de ministers. ‘Daarnaast kan een overgangsfase ervoor zorgen dat klanten kunnen wennen aan het nieuwe aanbod.’

*De Inspectie Justitie en Veiligheid gaat toezicht houden op ‘de geslotenheid van de coffeeshopketen’ in de deelnemende gemeenten. Daarbij wordt bijvoorbeeld gecontroleerd of de achterdeur van de wietshops echt is gedecriminaliseerd en of de gereguleerde telers toch niet stiekem ook aan anderen verkopen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit houdt toezicht op gewasbescherming en voedselveiligheid.

MEER LEZEN OVER HET EXPERIMENT MET STAATSWIET?

Wie gaan de staatswiet telen? Welke soorten worden gekweekt? Hoe duur wordt staatswiet? Lees hier zeven vragen en antwoorden over de proef met staatswiet.

In maart 2018 presenteerden ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Bruins (Medische Zorg) aan de Tweede Kamer een plan voor een omvangrijke proef met wietteelt door de overheid. Het experiment waarbij gemeenten legale wiet mogen verkopen, gaat vier jaar duren en wordt daarna binnen een half jaar afgebouwd.

Bron: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/wietexperiment-begint-pas-in-2021-als-dit-kabinet-is-uitgeregeerd~b51c839d/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Helpt marihuana werknemers langer doorwerken

langer-werken-door-te-blowen

Amsterdam – Helpt marihuana werknemers langer doorwerken? Amerikaans onderzoek laat zien dat oudere werknemers die in staten wonen waar medicinale wiet gelegaliseerd is, meer uren maken en minder pijnklachten hebben dan oudere werknemers in andere staten.

Dat blijkt uit onderzoek onder ruim 100.000 Amerikanen van 51 jaar of ouder. De studie, die twintig jaar aan data heeft geanalyseerd, is gepubliceerd in het Journal of Policy Analysis and Management. In 33 van de 50 Amerikaanse staten is marihuana legaal voor mensen met een doktersvoorschrift.

De softdrug kan helpen bij pijnklachten door bijvoorbeeld MS of behandeling tegen kanker. In tien Amerikaanse staten mag de softdrug ook zonder medische noodzaak worden gekocht.

Minder pijnklachten

De mediwiet zorgt er bij gebruikers voor dat zij minder pijnklachten hebben en hun gezondheid vaker als goed omschrijven, blijkt uit het onderzoek. Al heeft het gebruik van marihuana ook bijwerkingen, waarschuwt de Amerikaanse gezondheidsautoriteit.

Van de groep mensen die gezondheidsklachten hebben waarvoor ze marihuana zouden kunnen gebruiken, werkte in staten waar dat legaal is 7,3% meer fulltime dan in staten waar geen mediwiet te krijgen is. Ook werkten mensen over het algemeen meer uren.

De onderzoekers zien hun resultaten als belangrijke aanbeveling voor de Amerikaanse arbeidsmarkt, waar de helft van de 35-jarigen verwacht tot na 65 jaar actief te blijven, en zelfs een op de tien verwacht tot tachtig door te werken.

Bron: telegraaf

Resultaten meest populaire wiet

populaire-wiet

In de periode 2004 tot en met 2018 als meest populaire variant aangekochte wietmonsters bestonden uit 286 verschillende variëteiten; van 4 samples is de naam niet bekend.Van de meest populaire soort komen 88 variëteiten eenmaal voor, 56 twee-en 6 variëteiten driemaal, de overige variëteiten kwamen vier of meer keren voor.In totaal waren er 16 variëteiten die op z’n minst één keer in de top 10 van één van de vijf jaars perioden voorkwam. Deze 16 variëteiten staan weergegeven in figuur 1

Figuur 1.Variëteiten die in het THC-onderzoek van het Trimbos-instituut het meest frequent als populairste wiet werden aangeboden in de periode 2004 –2018

Figuur 1 – Afbeelding van Trimbos Instituut

De figuren 2a, 2b en 2c geven de top tien weer van de variëteiten die het meest frequent voorkwamen in de database van de THC-monitoronder de meest populaire wietvarianten. Figuur 2a geeft de waarde voor de periode 2004 –2008 weer, figuur 2b de periode 2009 –2013 en figuur 2c de periode 2014 –2018.Figuur 2a.Weergave van de tien meest voorkomende variëteiten van als meest populaire soort aangeschafte wietsoort in deperiode 2004 –2008.

Figuur 2a.Weergave van de tien meest voorkomende variëteiten van als meest populaire soort aangeschafte wietsoort in deperiode 2004 –2008

Figuur 2a – Afbeelding van Trimbos Instituut

In de periode 2004 tot en met 2008 als meest populaire variant aangekochte wietmonsters bestonden uit 107verschillende variëteiten; van 4 samples is de naam niet bekend. Van de meest populaire soort komen in deze periode 53variëteiten eenmaal voor, 25twee-en 10variëteiten driemaal, de overige variëteiten kwamenvier of meer keren voor.De tien meest voorkomende daarvan staan weergegeven in figuur 2a.

Bron: Trimbos Instituut

Niet drinken, wél blowen. Dat is lastig uit te leggen

beter blowen

Amsterdamse wallen Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) krijgen op straat veel te maken met agressie – maar ze dragen alleen handboeien. Dus willen ze bewapend worden. Op pad met Matthijs en Bryan op de Amsterdamse Wallen.

Een toerist in een kippenpak ligt onderuitgezakt op een bankje voor de Oude Kerk, de ogen gesloten. Hij heeft duidelijk de nodige genotsmiddelen achter de kiezen.

Are you ok, sir?” vraagt handhaver Matthijs.

De man opent zijn ogen. „Yes, yes, ok!” mompelt hij, terwijl hij slapjes zijn duim opsteekt.

„Dat noemen wij handhavers de ziekte van Heineken”, gniffelt Matthijs. „Pilletjes, coke, flink wat bier. Dan gaan die toeristen vanzelf horizontaal.”

Welkom op de Amsterdamse Wallen, een vrijdagavond in februari. Voor Matthijs en zijn collega Bryan is dit routine: hun werkgebied is Amsterdam-Centrum. Dronken, doorgesnoven en anderszins ontspoorde feestgangers vormen daar de bulk van het werk. Even daarvoor zijn Matthijs en Bryan al aangesproken door een drietal Franse jongens. Ze dragen een capuchontrui en hebben wijd opengesperde ogen. „Il y a un bar avec des femmes?” vragen ze. De jongens worden vriendelijk doorverwezen naar de Bananenbar.

Matthijs en Bryan zijn buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) in de openbare ruimte. Hun taak: de leefbaarheid op straat handhaven. Ze mogen bekeuringen uitdelen voor wildplassen, fout parkeren, alcohol drinken op straat of afval neerzetten op een verkeerde plek. Ze zijn niet verantwoordelijk voor veiligheid en openbare orde: dat is het werk van de politie.

Veel van de vijfhonderd Amsterdamse boa’s zijn ontevreden. Ze vinden dat ze sluipenderwijs toch worden ingezet voor politietaken – en zich dan onvoldoende teweer kunnen stellen tegen agressie van burgers. Daarom willen de boa-vakbonden dat handhavers worden bewapend met pepperspray en een wapenstok. Nu hebben ze alleen handboeien bij zich.

Om hun eis kracht bij te zetten, voerden de Amsterdamse boa’s onlangs actie: een dag lang schreven ze geen bekeuringen uit. Burgemeester Femke Halsema heeft inmiddels beloofd dat de handhavers vanaf de zomer een bodycam krijgen. Een mooie eerste stap, zegt Eric Lakenman van de Nederlandse BOA Bond, maar „het is niet voldoende.” Daarom zullen er op korte termijn nieuwe acties komen, „en die gaan toenemen in hevigheid”.

Hebben de ontevreden boa’s gelijk? NRC mocht een avond mee op pad met Matthijs en Bryan. Afspraak: geen citaten over politieke kwesties. En uitsluitend met de voornaam in de krant, vanwege de persoonlijke veiligheid („anders kunnen mensen meteen al mijn gegevens vinden op internet”).

Studenten met een pilletje op

Vanavond is het relatief rustig op de Wallen, zeggen Matthijs en Bryan. Ze worden aangesproken over clandestien gedumpt bouwafval. Ze spreken een taxichauffeur aan die op de stoep geparkeerd staat. Zo nu en dan manen ze een plukje toeristen tot kalmte. „Boys, boys, no noise”, zegt Bryan als ze de gedrogeerde Fransen in capuchontrui (het zijn er nu nog maar twee) weer tegen het lijf lopen.

Hun belangrijkste aandachtspunt: het alcoholverbod op de Wallen. Toeristen met blikjes bier worden staande gehouden en naar hun identiteitskaart gevraagd. De meesten komen weg met een waarschuwing, maar voor de Casa Rosso worden twee Franse twintigers met halve liters Gulpener op de bon geslingerd. Hun monden vallen open als ze de boete horen: 95 euro de man, ter plekke af te rekenen op een mobiel pinapparaat.

Why do you drink on the street?” vraagt Bryan als de bekeuring voldaan is.

„In Frankrijk kun je gewoon op straat drinken”, antwoorden de jongens beteuterd. „We wisten van niets.”

Het ís ook verwarrend, zegt Matthijs. In de meeste landen mag je niet blowen op straat, en wel drinken. „In Amsterdam is dat precies omgekeerd. Daar snappen toeristen helemaal niets van.”

De meeste Wallengangers blijven vanavond rustig en beleefd als ze worden aangesproken. Helaas is dat niet representatief voor hun werk, zeggen Bryan en Matthijs. Uit een recente enquête blijkt dat 86 procent van de Amsterdamse boa’s het afgelopen jaar te maken heeft gehad met geweld of agressie. „Ik denk dat het wel meer is”, zegt Matthijs.

In de vijf jaar dat hij nu als boa werkt, heeft Matthijs nooit extreem geweld meegemaakt. Hij is één keer tegen de grond geslagen door een scooterrijder. Maar hij heeft „te veel collega-handhavers in het ziekenhuis zien belanden”. Laatst nog, bij een staandehouding aan het Rokin wegens foutparkeren. „De ene collega werd bij zijn keel gegrepen, de ander brak haar arm.” Dus is Matthijs realistisch: ook hij zal een keertje aan de beurt komen. „Toen ik dit vak in ging, heb ik tegen het vrouwtje gezegd: de vraag is niet óf, maar wannéér ik het ziekenhuis inga.”

Het probleem, zeggen Matthijs en Bryan, is niet de samenwerking met de politie. Die gaat steeds beter: vroeger bleef het veel vaker stil op de mobilofoon als boa’s om assistentie vroegen. Ook de melkertbaanreputatie van handhaving nemen ze voor lief. Ze zijn er inmiddels aan gewend om te worden uitgemaakt voor ‘Eftelingpolitie’.

Het punt, zeggen ze, is het tekort aan dienders – gecombineerd met de gigantische drukte in de Amsterdamse binnenstad. Volgens de eigen richtlijnen moet de politie binnen drie minuten ter plekke zijn als een handhaver een oproep doet. „Dat is fictie”, zegt Matthijs. „’s Avonds op de Wallen kost het zeker tien minuten. En die kunnen lang duren als je bij een groepje dronken toeristen staat.”

Alcohol en agressie gaan vaak samen

Vlakbij café de The Old Sailor op de Oudezijds Achterburgwal worden Matthijs en Bryan staande gehouden door een man van in de vijftig. Hij oogt verward, in zijn hand heeft hij een doosje paracetamol. Er volgt een onsamenhangend verhaal over een gestolen fiets. „Als ik de dieven te pakken krijg, trap ik ze op hun knie, zodat ze pijn hebben.”

Na een minuut of vijf vriendelijk te hebben geluisterd, beëindigen de boa’s het gesprek. De man krijgt het advies om naar het fietsendepot te gaan, of naar de politie om aangifte te doen. „Neemt u maar lekker een aspirientje”, zegt Bryan. „Dan gaan wij weer verder.”

Diefstal – daar mogen ze dan weer niets mee. De bevoegdheden van handhavers en politie zijn nauwkeurig afgebakend. Soms tot in het absurde: de boa mag geen verkeersboetes uitdelen, maar wel automobilisten bekeuren die ’s nachts te hard toeteren.

Die strakke scheiding in taken leidt nogal eens tot onbegrip bij omstanders. Die hebben vaak geen idee wat een boa wel of niet mag, zegt Matthijs. „Als er een dief uit de supermarkt gerend komt, mogen wij hem niet overmeesteren. Maar burgers weten dat niet. Dus krijgen we naar ons hoofd: hé, waarom doen jullie niets?”

De grens tussen leefbaarheid en openbare orde, zeggen Matthijs en Bryan, is in de praktijk een groot grijs gebied. Neem het alcoholverbod. Jarenlang was dat op de Wallen een dode letter, maar sinds eind vorig jaar moet er gehandhaafd worden. Dat is een taak van de boa’s. „Alleen: bij alcohol komt vaak agressie kijken”, zegt Matthijs. „En dus openbare orde. Dat schuurt.”

Op het monument op de Dam hangt een groepje Italiaanse jongeren met blikjes bier. Drie van de vijf moeten van de boa’s hun ID laten zien, twee niet. „You only have borrelnootjes”, zegt Bryan tegen een van de jongens.

De Italianen krijgen een waarschuwing, geen boete. „Ze wisten van niets en veroorzaken geen overlast”, zegt Matthijs. „In dat geval kies ik voor de menselijke benadering.”

Bron: nrc

Veel patiënten vervangen hun medicatie door cannabis

Veel patiënten vervangen hun medicatie door cannabis

Wetenschap/mens: Veel patiënten vervangen hun medicatie door cannabis

Volgens een enquête met 392 deelnemers die lijden aan verschillende ziekten, melde medicinale gebruikers van cannabis in vergelijking met standaard medicatie over een groter vertrouwen in cannabis, dit schreven onderzoekers van de bevolking studie centrum van de Universiteit van Michigan. In vergelijking tot geneesmiddelen, werd medicinale cannabis beter gewaardeerd door cannabis consumenten ten aanzien van de werkzaamheid, bijwerkingen, veiligheid, potentiële verslaving, beschikbaarheid en kosten.

Als gevolg van het medisch gebruik van cannabis, eindigde 42% het nemen van andere medicatie en 38% gebruikte minder drugs. Een aanzienlijk deel (30%) verklaard dat hun arts niet wist dat ze medicinale wiet gebruikt hadden.

Kruger DJ, Kruger JS. Medical Cannabis Users’ Comparisons between Medical Cannabis and Mainstream Medicine. J Psychoactive Drugs. 2019:1-6.

Deutsch

Wissenschaft/Mensch: Viele Patienten ersetzen ihre Medikamente durch Cannabis

Laut einer Umfrage mit 392 Teilnehmern, die an unterschiedlichen Erkrankungen litten, berichteten medizinische Nutzer von Cannabis im Vergleich zu Standardmedikamenten über ein höheres Vertrauen in Cannabis, schrieben Forscher des Population Studies Center der Universität von Michigan. Im Vergleich zu Arzneimitteln bewerteten medizinische Cannabiskonsumenten Cannabis hinsichtlich Wirksamkeit, Nebenwirkungen, Sicherheit, Suchtpotenzial, Verfügbarkeit und Kosten besser.

Aufgrund der medizinischen Verwendung von Cannabis beendeten 42 % die Einnahme eines Arzneimittels, und 38 % verwendeten weniger Arzneimittel. Ein beachtlicher Anteil (30 %) gab an, dass ihr behandelnder Arzt nicht wusste, dass sie medizinisches Cannabis konsumierten.

Kruger DJ, Kruger JS. Medical Cannabis Users’ Comparisons between Medical Cannabis and Mainstream Medicine. J Psychoactive Drugs. 2019:1-6.

Science/Human: Many patients substitute their stunning medication by cannabis

According to a survey with 392 participants suffering from different medical conditions medical cannabis users reported a greater degree of trust in cannabis compared to standard medication, researchers of the Population Studies Center of the University of Michigan wrote. In comparison to pharmaceutical drugs, medical cannabis users rated cannabis better on effectiveness, side effects, safety, addictiveness, availability, and cost.

Due to the medical use of cannabis, 42% stopped taking a pharmaceutical drug and 38% used less of a pharmaceutical drug. A substantial proportion (30%) reported that their treating physician did not know that they used medical cannabis.

Bron: pgmcg

Zwitserland gaat belasting heffen over verkoop van cannabisplanten

Het Zwitserse administratief hooggerechtshof heeft bepaald dat er een belasting van 25 procent wordt geheven over cannabisplanten, net zoveel als op tabak.

De rechtbank kiest hiervoor omdat cannabis op dezelfde manier gerookt wordt als tabak.

Hiermee valt de belasting hoger uit dan winkeliers en producenten hadden gehoopt. Zij hoopten dat de rechtbank zou kiezen voor dezelfde belasting als op tabaksproducten wordt geheven, namelijk een belasting van 12 procent.

De nieuwe belasting op cannabisplanten zal 38 Zwitserse frank zijn per kilogram, of 25 procent van de winkelprijs. De beslissing kan nog steeds worden aangevochten bij het Zwitserse hooggerechtshof.

Bron: Nu.nl